de site met antwoorden over longziekten
LONGMENU_472f65ee.jpgLONGMENU_3d7fb9c6.jpgLONGMENU_91eae479.jpgLONGMENU_ea972b51.jpgLONGMENU_7bbc16a8.jpgLONGMENU_eaa2da83.jpgLONGMENU_28fd53c8.jpgLONGMENU_4f981521.jpgLONGMENU_3a3e1a2b.jpgLONGMENU_7c1208e1.jpgLONGMENU_30c0e929.jpgLONGMENU_85e06b33.jpg
 

Longkanker

Longkanker is een veel voorkomende ziekte met vaak zeer ernstige gevolgen. Er bestaat een sterke relatie tussen roken en longkanker, maar ook kanker...
Longkanker is een veel voorkomende ziekte met vaak zeer ernstige gevolgen.

Er bestaat een sterke relatie tussen roken en longkanker, maar ook kanker in andere organen komt vaker voor bij rokers dan bij niet-rokers (onder andere in het hoofd-hals gebied, blaas en nieren, baarmoederhals, dikke darm en pancreas).
Gemiddeld stijgt de kans bij rokers op het krijgen van longkanker met 5 tot 10 maal. In ons land is roken verantwoordelijk voor 80% van alle gevallen van longkanker. Amerikaanse onderzoeken laten zien dat bij 24% van de mannen die roken verwacht kan worden dat zij kanker ontwikkelen tijdens hun leven.

In het algemeen zijn de vooruitzichten bij mensen met longkanker niet zo goed hoewel de overleving na 1 jaar wel is toegenomen; de overleving na 5 jaar blijft onveranderd laag over alle stadia van longkanker gezien.

Er bestaan grofweg 2 hoofdgroepen van longkanker, kleincellig en niet-kleincellig. Het onderscheid komt voort uit het type cel dat ontregeld is. Met name binnen de groep niet-kleincellig longkanker bestaat weer een onderverdeling in verschillende celtypen.

Symptomen zijn natuurlijk een belangrijk hulpmiddel om er achter te komen of er wat aan de hand is of niet. Klachten komen bij longkanker vaak in een laat stadium op en kunnen rechtstreeks met de longen te maken hebben (hoesten, voortdurende longinfecties, pijn en bloedophoesten) maar ook indirecte klachten zijn belangrijk (verminderde eetlust, ongewild afvallen, toenemende vermoeidheid en nachtzweten)

Het stellen van de diagnose gebeurt in het algemeen door de longarts en is natuurlijk gebaseerd op het vinden van kwaadaardige cellen die karakteristiek zijn voor longkanker. Het onderzoek bestaat vrijwel altijd uit een lichamelijk onderzoek, aangevuld met rontgenfoto en CT scan van de borstkas en bloedonderzoek. Afhankelijk van de bevindingen wordt verder onderzoek gedaan (bronchoscopie, PET-scan, MRI scan, echo van de hals, echo-onderzoek via de slokdarm). Met (een deel van) al deze onderzoeken komen we tot een diagnose en bepaling van het stadium van de ziekte. Dit stadium is belangrijk voor de toekomst maar ook voor het soort behandeling dat we kunnen toepassen.

De behandeling van longkanker is dus afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt. Wanneer er beperkte ziekte is kan een opratie met verwijdering van de tumor plaatsvinden; soms voorafgegaan door behandeling met chemotherapie en/ of bestraling. Wanneer er sprake is van uitzaaiingen in of buiten de borstkas kan meestal niet worden geopereerd en wordt een combinatie van chemotherapie en bestraling toegepast. Soms kan er alleen chemotherapie worden gegeven. Het bepalen van de juiste behandeling gebeurt altijd in overeenstemming van de richtlijnen van de landelijke longartsen vereniging (NVALT). Deze richtlijnen zijn weer gebaseerd op grote internationale onderzoeken.
De succespercentages van de behandelingen zijn vooral afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt.

De vooruitzichten voor mensen met longkanker zijn lang niet altijd rooskleurig; uiteraard leidt een beperktere ziekte tot betere vooruitzichten. Naast de behandeling met medicijnen, bestraling of operatie is veel aandacht nodig voor de mens met de ziekte. Regelmatige controles door de longarts, oncologieverpleegkundige en huisarts moeten er voor zorgen dat mensen met longkanker een zo normaal mogelijk leven kunnen leiden.